Verschil tussen werknemer en zzp’er

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het Jaarverslag van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2011 (Kamerstuk 33 240 XV, nr.1). De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 juni 2012.

Een van de vragen betrof het verschil (in zes scenario’s)  waarin alle aftrekposten, heffingskortingen en toeslagen na ontvangst van het bruto tarief of bruto loon voor zzp’er  onder elkaar worden gezet totdat het nettosaldo is bereikt?

Om een goede vergelijking te maken tussen werknemer en zzp  worden in onderstaand overzicht de bruto loonkosten van werknemers (dus niet het bruto loon) vergeleken met de winst van een zzp’er (ondernemer). Ook werkgeverspremies zijn in de vergelijking betrokken.

In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen werknemer en zzp opgenomen (cijfers 2012). De zzp’er heeft in dit voorbeeld recht op de zelfstandigenaftrek (de zzp’er kwalificeert als ondernemer en voldoet aan het urencriterium van 1 225 uur) en de MKB-winstvrijstelling. De overige faciliteiten die vallen onder de ondernemersaftrek zijn in het voorbeeld niet meegenomen.

Aangenomen is dat de zzp’er een toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve (FOR) doet die even groot is als het bedrag dat de werknemer aan pensioen spaart. Ook is aangenomen dat de zzp’er een arbeidsongeschiktheidsverzekering via het UWV (of een private verzekering tegen dezelfde premie) heeft afgesloten. In werkelijkheid zijn de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de opbouw van pensioen afhankelijk van persoonlijke voorkeuren en omstandigheden.

In het voorbeeld is tot slot gekozen voor een huishoudsituatie van een alleenverdiener (met niet werkende partner) met twee kinderen (geen kinderopvangtoeslag), wonend in een huurhuis dat recht geeft op huurtoeslag (huurtoeslagberekening gaat uit van gemiddelde huur).

Tabel: verschil belasting en premiedruk tussen werknemers en zzp’ers 2012

In bovenstaande tabel valt allereerst op dat de sociale premiedruk (premies voor pensioen, arbeidsongeschiktheidsverzekering, ZVW en WW voor werknemers) iets hoger is voor werknemers dan voor zzp’ers. Dat wordt voornamelijk veroorzaakt omdat de zzp’er geen WW-verzekering heeft. Ook heeft de zzp’er geen vrijwillige ziektewet-verzekering afgesloten. De werknemer is vanaf dag 1 van ziekte verzekerd van inkomen en de zzp’er pas na twee jaar.

Uit de voorbeelden blijkt dat de ondernemersfaciliteiten zorgen voor een groot verschil in belastingdruk tussen zzp’er en werknemer. Dit werkt door in de inkomensafhankelijke regelingen. Doordat toeslagen als het kindgebonden budget, de zorgtoeslag en de huurtoeslag zijn gebaseerd op het fiscale verzamelinkomen, en het verzamelinkomen van zzp-ers door de ondernemersfaciliteiten lager ligt dan voor werknemers, krijgen zzp’ers meer toeslag dan werknemers in een vergelijkbare situatie.

Tot zover de Minister van Sociale Zaken in zijn antwoord van 13 juni 2012.

We moeten bij deze berekeningen een aantal kanttekeningen plaatsen:

  • Toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve (FOR) natuurlijk niet dezelfde waarde behelst als een dotatie aan een collectieve pensioenvoorziening;
  • Dit geldt eveneens voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering die vele malen hoger ligt bij een zzp’er dan voor een werknemer. Vele zelfstandigen zouden graag kiezen voor de collectieve voorzieningen voor gezondheid, arbeidsongeschiktheid en pensioen en daarvoor de voordelen zoals berekend door de Minister van Sociale Zaken inleveren;
  • In het overzicht worden het inkomen van een werknemer vergeleken met het inkomen uit ondernemen van een zelfstandige. In werkelijkheid zijn de inkomensbegrippen te verschillend van elkaar om zo maar vergeleken te worden. Winst behaald door een ondernemer vertegenwoordigt de volgende elementen:
  • Salaris voor arbeidsverrichting (dit deel is te vergelijken met het inkomen van een vergelijkbare werknemer);

–          De extra arbeidsuren. De minister vergelijkt inkomen maar niet besteedde tijd en zoals we weten besteden ondernemers meer uren aan hun onderneming dan werknemers aan hun dienstbetrekking. We moeten ook in aanmerking nemen dat het proces van aanbesteden een typische ondernemersactiviteit is die een werknemer niet kent;

–          Vergoeding voor het ondernemersrisico (hetgeen betekent kans op verliezen waarvoor reserves opgebouwd moeten worden en fluctuaties in het inkomen);

–          Deel dat gereserveerd moet worden voor investeringen (een ondernemer moet nu eenmaal investeringen plegen die een werknemer overlaat aan zijn werkgever);

–          Overwinst (de vergoeding die wellicht het surplus aan ondernemen vertegenwoordigt en voor een deel een vergoeding is voor reputatie en goodwill).

Juist omdat ondernemen en inkomsten uit een dienstbetrekking in hun aard wezenlijk van elkaar verschillen pleiten wij voor enkele fiscale aanpassingen.

bron:

Naar een vernieuwde Inkomstenbelasting met ruimte voor ondernemen

Auteurs: Victor van Kommer, Peter Thijssen en Geert Jan Lutjes

 

Onderzoekspartners van KIZO

Vertegenwoordigende partners

ZZP Servicedesk

MKB Servicedesk

European Forum of Independent Professionals

FNV Zelfstandigen